Wat zijn Core Web Vitals en hoe verbeter je ze?

foto van jordy hartendorp
Jordy Hartendorp
Laatste update:
August 13, 2026
5 min read
core web vitals score

Core Web Vitals zijn drie meetwaarden waarmee Google beoordeelt hoe je website aanvoelt voor een bezoeker: LCP onder 2,5 seconden, INP onder 200 milliseconden en CLS onder 0,1. Ze zijn sinds juni 2021 een rankingfactor. Wat een handvol ingrepen oplevert verschilt per site, maar 40 tot 60 procent kortere laadtijd is een realistische orde van grootte.

Snelheid is techniek, geen tekstwerk. Wie opnieuw begint regelt het grootste deel aan de voorkant: laat je een Webflow-website laten maken, dan zitten beeldcompressie, caching en een snel servernetwerk al in het platform. Op een bestaande site is het handwerk. Dan helpt het om te weten welke ingreep het meeste oplevert.

In het kort

  • LCP. Het grootste zichtbare element staat er binnen 2,5 seconden.
  • INP. Je site reageert binnen 200 milliseconden op een klik of een tik. Deze meetwaarde verving FID in maart 2024.
  • CLS. De lay-out blijft tijdens het laden staan waar hij staat, uitgedrukt in een score zonder eenheid die onder 0,1 moet blijven.
  • Afbeeldingen eerst. Beeldmateriaal is op een gemiddelde pagina het zwaarste onderdeel, dus daar zit meestal de snelste winst.
  • Meet mobiel. PageSpeed Insights geeft twee scores en de mobiele telt het zwaarst.

Core Web Vitals horen bij technische SEO. Hoe dit onderdeel zich verhoudt tot zoekwoorden, content en autoriteit staat in de uitleg over technische SEO binnen het grotere SEO-plaatje.

Wat zijn Core Web Vitals precies?

Core Web Vitals zijn drie prestatie-indicatoren waarmee Google de gebruikerservaring van een pagina beoordeelt. Ze staan gedefinieerd op web.dev, de ontwikkelaarssite van Google. Ze meten hoe snel, hoe responsief en hoe stabiel een pagina aanvoelt voor iemand die hem voor het eerst opent.

Het verschil met een klassieke snelheidstest zit in wat er gemeten wordt. Een snelheidstest kijkt naar de laadtijd van het hele document. Core Web Vitals kijken naar de ervaring van de bezoeker: wanneer ziet hij de hoofdinhoud, wanneer kan hij iets aanklikken en verspringt de pagina onder zijn vinger. Een site kan technisch in 1,8 seconden klaar zijn en toch zakken op INP, omdat een script de knoppen nog even bezet houdt.

Wat betekenen LCP, INP en CLS?

LCP staat voor Largest Contentful Paint, INP voor Interaction to Next Paint en CLS voor Cumulative Layout Shift. Elk meet een ander stuk van dezelfde ervaring. Google beoordeelt ze op het 75e percentiel van je echte bezoekers, dus één trage pagina in de staart bepaalt je oordeel niet.

Wat meet LCP?

LCP meet hoe lang het duurt voordat het grootste zichtbare element in beeld staat. Meestal is dat een hero-afbeelding, een groot tekstblok of een video.

Drempelwaarden:

  • Goed. Onder 2,5 seconden.
  • Matig. 2,5 tot 4 seconden.
  • Slecht. Boven 4 seconden.

Veelvoorkomende oorzaken: zware afbeeldingen, een trage serverrespons, stylesheets en scripts die het tekenen van de pagina tegenhouden, plus scripts van derden.

Wat meet INP?

INP meet hoe snel je site reageert op klikken, tikken en toetsaanslagen. Het verving FID in maart 2024. FID mat alleen de allereerste interactie, INP kijkt naar het hele bezoek. DebugBear meet dat 76 procent van de sites een goede INP haalt, tegenover 57 procent in maart 2022 (geraadpleegd 13 augustus 2026). Wie nu nog achterloopt, heeft bijna altijd een JavaScript-probleem.

Drempelwaarden:

  • Goed. Onder 200 milliseconden.
  • Matig. 200 tot 500 milliseconden.
  • Slecht. Boven 500 milliseconden.

Veelvoorkomende oorzaken: zware JavaScript-uitvoering, te veel scripts van derden en langlopende taken die de main thread bezet houden.

Wat meet CLS?

CLS meet hoeveel de lay-out verschuift terwijl de pagina laadt. Je kent het wel. Je wilt op een knop klikken, de pagina springt een centimeter omlaag en je zit ineens op een advertentie.

Drempelwaarden:

  • Goed. Onder 0,1.
  • Matig. 0,1 tot 0,25.
  • Slecht. Boven 0,25.

Veelvoorkomende oorzaken: afbeeldingen zonder afmetingen, advertenties die inspringen, lettertypen die laat laden en content die achteraf tussen bestaande blokken wordt geschoven.

Waarom zijn Core Web Vitals belangrijk voor SEO?

Ze zijn sinds juni 2021 een officiële rankingfactor in Google. Het gewicht is bescheiden tegenover relevantie. Het telt vooral op zoekwoorden waar de pagina’s in de top-10 inhoudelijk al dicht bij elkaar liggen en de zoekmachine iets nodig heeft om ze uit elkaar te houden. Op een zoekwoord waar jij als enige het antwoord geeft, wint een trage pagina alsnog.

Het commerciële argument is een stuk harder dan het SEO-argument.

  • Minder afhakers. Google schreef in mei 2020 op de Chromium-blog dat bezoekers 24 procent minder vaak afhaken tijdens het laden bij sites die de drempelwaarden halen.
  • Mobiel is genadeloos. Akamai mat in 2017 over ongeveer tien miljard bezoeken dat 53 procent van de mobiele bezoekers een pagina verlaat die langer dan drie seconden doet.
  • Snelheid is omzet. Amazon presenteerde in 2006 een test waaruit bleek dat elke 100 milliseconden extra laadtijd ongeveer 1 procent omzet kostte.

Let op de leeftijd van die laatste twee. Ze zijn van vóór de netwerken en telefoons van nu, dus lees ze als richting en niet als exacte maat voor jouw site.

Hoe meet je je Core Web Vitals?

Begin bij PageSpeed Insights. Plak je URL erin en je krijgt binnen een halve minuut twee rapporten: een mobiel en een desktop.

De scoreschaal:

  • 90 tot 100. Uitstekend, hier valt weinig meer te winnen.
  • 50 tot 89. Matig, er zit werk in.
  • 0 tot 49. Slecht. Je bezoeker merkt dit.

Kijk niet alleen naar het cijfer bovenaan. Veel sites scoren 80 of hoger op desktop en zakken op mobiel onder de 50. Die mobiele score is een labtest en dus geen oordeel van Google, maar hij voorspelt wel aardig wat je echte bezoekers meemaken. En daar gaat het om: je Core Web Vitals worden beoordeeld op veldmetingen van echte Chrome-gebruikers. Dat veld is grotendeels mobiel.

Vier meettools:

  • PageSpeed Insights. Snelle check per pagina, met labdata en velddata naast elkaar.
  • Google Search Console. Toont je hele site tegelijk, gegroepeerd op URL-patroon.
  • Lighthouse. Zit in Chrome DevTools en geeft per element de technische details.
  • Chrome User Experience Report. De velddata van echte Chrome-gebruikers waarop het oordeel van Google rust.

Meer meetgereedschap staat in het overzicht van gratis SEO-tools.

Hoe verbeter je je Core Web Vitals in 6 stappen?

Werk deze zes op volgorde af. Ze lopen van wat je vandaag zelf kunt doen naar wat geld of een ontwikkelaar kost, niet strikt van veel naar weinig effect.

  • 1. Comprimeer je afbeeldingen naar WebP. Dit scheelt vaak 50 tot 70 procent van de bestandsgrootte. Squoosh en TinyPNG doen het gratis in je browser. Houd een hero-afbeelding op 1920 pixels breed, beelden in de tekst op 800 pixels en elk bestand onder 200 KB. De Web Almanac van HTTP Archive, editie 2025, meet dat beeldmateriaal op zowel mobiel als desktop de grootste byte-post van een gemiddelde pagina is.
  • 2. Gooi plug-ins eruit die je niet gebruikt. Ik neem regelmatig sites over waar tientallen plug-ins aanstaan waarvan een deel nergens meer voor wordt gebruikt. Geteld heb ik dat nooit, dus lees het als indruk en niet als cijfer. Elke plug-in laadt eigen scripts en stylesheets, ook op pagina’s waar hij niets doet.
  • 3. Zet caching aan. Een cache serveert bezoekers een kant-en-klare versie van de pagina in plaats van hem elke keer opnieuw op te bouwen. Op de meeste CMS’en is dit één plug-in of één schakelaar. Op een gehost platform staat het vaak al aan.
  • 4. Ga naar betere hosting. Gedeelde hosting van €3 tot €5 per maand deelt één server met honderden andere sites. Een pakket van €15 tot €30 scheelt in de praktijk 1 tot 2 seconden op de serverresponstijd.
  • 5. Zet een CDN voor je site. Een CDN kopieert je bestanden naar servers in meerdere landen, zodat een bezoeker ze ophaalt bij de dichtstbijzijnde. Cloudflare heeft daarvoor een gratis laag.
  • 6. Beperk je externe scripts. Chatwidgets, heatmaps, reviewsliders en advertentiepixels zijn render-blocking en stapelen snel op. Laad wat kan pas ná de eerste weergave.

Uit mijn eigen werk: een Webflow-site staat er bij oplevering meestal beter voor, al kan een WordPress-site net zo snel zijn en zegt het gewicht van je pagina hier meer dan de keuze voor een platform; de volledige afweging staat in Webflow en WordPress vergelijken.

Wat kun je zelf doen zonder technische kennis?

Drie van de zes stappen hierboven doe je zelf, zonder één regel code aan te raken. Die drie leveren op een gemiddelde site samen 30 tot 50 procent snelheidswinst op.

  • Beeldwerk, stap 1. Squoosh draait in je browser: sleep je bestand erin, kies WebP, sla op en vervang het beeld op je site.
  • Opruimen, stap 2. Loop je plug-in-lijst of app-lijst langs en zet alles uit wat je een half jaar niet hebt aangeraakt.
  • Trackingcode, stap 6. Oude pixels van campagnes die allang zijn gestopt blijven meestal gewoon meeladen. Weghalen kost vijf minuten.

De andere drie vallen af, niet omdat ze moeilijk zijn maar omdat een fout er duur is. Caching en een CDN zet je aan in je hosting- of DNS-omgeving, waar één verkeerde instelling je site uit de lucht haalt. Een hostingupgrade is een migratie. Die begin je liever niet op vrijdagmiddag zelf.

Meet na elke ingreep opnieuw, anders weet je niet welke stap het verschil maakte. Dezelfde tool, dezelfde pagina, dezelfde dag. Noteer de scores met de datum erbij, want over drie maanden weet je niet meer welke waarde bij welke ingreep hoorde.

Wat doe je specifiek voor LCP, INP en CLS?

De zes stappen hierboven helpen alle drie de meetwaarden tegelijk. Blijft er daarna één achter, dan zijn dit de ingrepen die alleen voor die ene meetwaarde bestaan.

  • LCP. Zet lazy loading uit voor het beeld bovenaan en geef het een preload-hint mee, zodat de browser er meteen aan begint in plaats van na de rest van de pagina.
  • INP. Splits lange JavaScript-taken op in kleinere blokken en verplaats zware berekeningen naar een web worker, zodat de main thread vrij blijft voor klikken van bezoekers.
  • CLS. Geef elke afbeelding en video een width- en height-attribuut. Reserveer vaste ruimte voor embeds en advertenties. Laad je lettertypen met font-display: swap.

Veelgestelde vragen

Zijn Core Web Vitals echt belangrijk voor rankings?

Ja, maar het is één factor tussen vele. Google zegt zelf dat relevantie van de inhoud zwaarder weegt dan snelheid. Bij vergelijkbare pagina’s geeft een goede score wel de doorslag. Het verschil merk je dus vooral op competitieve zoekwoorden, waar de top-10 inhoudelijk dicht bij elkaar ligt.

Wat is het verschil tussen FID en INP?

FID, First Input Delay, mat alleen de vertraging bij de allereerste interactie op een pagina. INP verving FID in maart 2024 en meet alle interacties tijdens het hele bezoek, inclusief de tijd tot het scherm daadwerkelijk verandert. INP is daardoor een eerlijker beeld van hoe responsief je site echt aanvoelt.

Hoe snel moet mijn website laden?

Houd 2,5 seconden aan als bovengrens voor LCP op mobiel, gemeten op het 75e percentiel van je bezoekers. Het is dus geen doel waar je naartoe werkt maar een plafond dat je niet wilt raken. Boven de drie seconden haakt een flink deel van je mobiele bezoekers af. Dat kost meer aanvragen dan posities.

Wat is de grootste oorzaak van een trage website?

Afbeeldingen, met afstand. Een hero-afbeelding van 3 MB kost op een gemiddelde mobiele verbinding 2 tot 4 seconden extra laadtijd. Houd elk beeld onder 200 KB en sla het op als WebP. Op de tweede plaats staat JavaScript van derden, denk aan chatwidgets en trackingcode.

Hoe snel zie ik resultaat na verbeteringen?

De technische winst zie je meteen terug in PageSpeed Insights, want dat is een losse test. Je Core Web Vitals in Search Console bewegen pas mee als er genoeg nieuwe velddata van echte bezoekers is verzameld. Reken daarvoor op twee tot vier weken, bij weinig verkeer langer.

Wil je weten waar jouw site op vastloopt? Je kunt een kennismaking van 30 minuten plannen, dan lopen we je scores samen door. Speelt het breder dan techniek alleen, kijk dan naar SEO uitbesteden.