© 2026 Solvex B.V. · KvK 66138841 · Privacy · Algemene voorwaarden

Generative engine optimization (GEO) is het inrichten van je content zodat AI-assistenten zoals ChatGPT, Perplexity en Google AI Overviews jouw bedrijf noemen in hun antwoord. Bij een klant in de voedingsbranche mat ik op 13 augustus 2026 met Ahrefs 130 citaties over zes platforms. Dat is de stand van een traject GEO-optimalisatie dat in 2025 begon.
In het kort
Generative engine optimization, kortweg GEO, is het inrichten van je website zodat large language models jouw bedrijf opnemen in het antwoord dat ze aan een gebruiker geven. Denk aan ChatGPT, Claude, Google Gemini, Perplexity en Microsoft Copilot. Anders dan een klassieke zoekmachine geven die geen lijst met blauwe links terug maar een samenvatting, met daarin een handvol genoemde bronnen.
De term komt uit het paper “GEO: Generative Engine Optimization” van Aggarwal, Murahari, Rajpurohit, Kalyan, Narasimhan en Deshpande, onderzoekers van IIT Delhi en Princeton. Het werd in november 2023 ingediend en in 2024 gepubliceerd op de KDD-conferentie. Het volledige paper staat op arXiv. Sindsdien zijn er drie termen in gebruik: GEO, AEO (answer engine optimization) en AIO (artificial intelligence optimization).
Het verschil tussen wel en niet geciteerd worden zit in vier dingen: hoe direct je de vraag beantwoordt, hoeveel concrete feiten je tekst bevat, hoe duidelijk je entiteiten benoemt en in hoeverre je structuur, voor een model dat alleen tekst leest, te ontleden is. Een dichte alinea zonder bronnen wordt zelden opgepakt. Een kop met een direct antwoord en een cijfer erachter wel.
Omdat een deel van je publiek het antwoord al krijgt zonder te klikken. Het Pew Research Center volgde voor een publicatie van 22 juli 2025 het browsegedrag van 900 Amerikaanse volwassenen over 68.879 zoekopdrachten. Wie in die meting uit 2025 een AI-samenvatting kreeg, klikte in 8 procent van de bezoeken door naar een gewoon zoekresultaat; wie er geen kreeg, deed dat in 15 procent. Dat is dus geen daling van acht procentpunt maar bijna een halvering van de doorklik.
Tegelijk groeit het gebruik hard. Ruigrok Onderzoek en Advies ondervroeg voor What’s Happening Online 2026, gepubliceerd op 9 juli 2026, 2.311 Nederlanders vanaf veertien jaar: het wekelijks gebruik van AI-toepassingen ging van 19 naar 40 procent. Similarweb zag in dezelfde periode dat het aandeel Amerikaanse ChatGPT-prompts met citaties opliep van circa 1,6 procent in juni 2025 naar circa 6,8 procent in mei 2026. Vaker gevraagd, vaker een bron.
Voor een bedrijf met een lage domain rating is dat goed nieuws. Klassieke SEO is oneerlijk voor kleine spelers, want domeinautoriteit weegt zwaar mee en die bouw je niet in een half jaar op. Assistenten halen content op via retrieval en niet via PageRank, waardoor een klein bedrijf naast een groot mediabedrijf in hetzelfde antwoord kan komen.
SEO en GEO delen het grootste deel van hun signalen. Een snelle pagina, goede schema markup, helder taalgebruik en autoritatieve content tellen in allebei. Het verschil zit in wat er daarna met je tekst gebeurt. De praktische uitwerking voor je eigen pagina’s staat in SEO voor AI; hier gaat het over GEO als discipline.
Het doel verschilt. Bij SEO wil je in de top tien van Google staan. Bij GEO wil je genoemd worden in een antwoord, ook als je daarvoor geen blauwe link verdient. Dat verandert waar je op stuurt: niet op een positie, maar op de vraag of een model jouw zin kan overnemen zonder hem te herschrijven.
Ook de zwaarstwegende signalen verschillen. SEO leunt op backlinks, domain rating en zoekwoorden op de pagina. GEO leunt op een direct antwoord in de eerste regels, feiten door de hele tekst en duidelijk benoemde entiteiten. De meetlat is een andere: SEO meet je op positie en klikken in Search Console, GEO op citaties per assistent en op verwijzers als perplexity.ai in GA4.
Ook het gedrag van de lezer verschilt: bij SEO klikt iemand door naar jouw site, bij GEO leest hij het antwoord en klikt hij soms door op de bron. Je hoeft je SEO daarvoor niet te slopen, je legt er een laag overheen die over het 'onttrekken' gaat.
Het paper uit 2023 testte negen ingrepen op twee AI-engines, over een benchmark van 10.000 zoekvragen. De drie best presterende methoden waren het toevoegen van bronvermeldingen, het verwerken van citaten van experts en het toevoegen van statistieken. Samen leverden ze in dat onderzoek uit 2023 een relatieve verbetering van 30 tot 40 procent op de Position-Adjusted Word Count-metriek en 15 tot 30 procent op de subjectieve metriek. Het paper geeft geen apart cijfer per methode.
Waar je iets zet, telt net zo hard als wat je schrijft. Kevin Indig analyseerde 18.012 geverifieerde citaties met data van Gauge en publiceerde de uitkomst op 17 februari 2026 in Search Engine Journal: 44,2 procent van de ChatGPT-citaties komt uit de eerste 30 procent van de tekst en 31,1 procent uit het middenstuk. Zet je antwoord dus bovenaan.
Feitendekking is de derde factor. Surfer keek in november 2025 naar 57.253 URL’s over 1.591 zoekwoorden en vond dat het mediane door AI Overviews geciteerde artikel 62 procent meer van de relevante feiten dekt dan het mediane niet-geciteerde artikel. Let op wat daar staat. Het gaat om dekking van de feiten die bij het onderwerp horen, niet om het aantal cijfers dat je in een tekst propt.
Versheid is de vierde. SE Ranking analyseerde 129.000 domeinen en 216.524 pagina’s over 20 niches en publiceerde de uitkomst op 24 november 2025: content die in de laatste drie maanden is bijgewerkt haalt gemiddeld 6 citaties, tegenover 3,6 voor verouderde pagina’s. Een pagina van vorig jaar bijwerken is dus vaak lonender dan een nieuwe schrijven.
Lengte staat niet in dat rijtje. Dat is een correctie op wat hier eerder stond. Op solvex.nl zijn de AI-artikelen de langste posts van het blog en die staan op nul citaties, terwijl de kostengids over websites er veruit de meeste binnenhaalt. Die pagina is niet langer dan de rest. Hij bevat een eigen getal dat nergens anders bestaat, met de scope er direct naast. De regel die overblijft: een cijfer dat alleen jij hebt weegt zwaarder dan duizend woorden extra.
Dit is de werkvolgorde die Solvex aanhoudt voor eigen content en voor klantcontent, met steeds dezelfde drie vragen: wat je meet, in welke volgorde je het aanpakt en waar je stopt. Hoe je één losse pagina daadwerkelijk herschrijft, staat uitgewerkt in de post over SEO voor AI.
Stel twintig tot dertig vragen die jouw doelgroep zou stellen aan ChatGPT, Perplexity en Gemini. Noteer welke bedrijven en pagina’s genoemd worden. Kom je er niet in voor, dan is dat je nulmeting.
Open elk artikel en elke sectie met het antwoord zelf, in één of twee zinnen. De rest van de alinea is context. Dat is geen schrijftruc maar een gevolg van de meting hierboven: de opening is de plek waar bijna de helft van de citaties vandaan komt.
Reken op één concreet gegeven per 150 tot 200 woorden, met bronnaam en jaartal in dezelfde zin. Noem de onderzoeker bij naam en niet “uit onderzoek blijkt”. Dat is meteen de reden dat elk cijfer in deze post naar zijn bron doorlinkt.
Assistenten gebruiken structured data om context te begrijpen. De vraag-en-antwoordvorm van het FAQ-schema is letterlijk de eenheid die een model zoekt. Laat het schema één op één matchen met wat er zichtbaar op de pagina staat, anders devalueert Google het.
Een model werkt met entiteiten en niet met losse woorden. Schrijf de term daarom ergens voluit, met een omschrijving erachter. Hetzelfde geldt voor je bedrijfsnaam: koppel die aan wat je doet en waar je zit, bijvoorbeeld “Solvex, marketingbureau in de regio Rotterdam”.
Een model haalt autoriteit ook uit hoe je elders genoemd wordt: gastartikelen, podcasts, brancheonderzoek en persberichten. Bij klanten pakken we vijf tot tien vermeldingen per kwartaal gericht aan, niet om de link maar om de koppeling tussen jouw naam en het onderwerp die daaruit ontstaat.
Stel elke maand dezelfde twintig tot dertig vragen die je bij stap één stelde. Meet per assistent apart, want ChatGPT en Perplexity citeren lang niet altijd dezelfde bronnen. Reken op vier tot twaalf weken tussen publicatie en de eerste citatie.
Een klant in de voedingsbranche kwam in 2024 met een herkenbaar probleem: goede producten, weinig zichtbaarheid en het groeiende gevoel dat AI-tools de concurrent wel noemden en hen niet. We hebben dat gefaseerd over zes maanden aangepakt.
De stand in augustus 2026, gemeten met Ahrefs: 130 citaties over zes platforms. ChatGPT en Perplexity citeren de site allebei 34 keer, over respectievelijk 17 en 18 pagina’s. Copilot komt op 33 citaties over 23 pagina’s, Google AI Mode op 16 over 12 en Google AI Overviews op 12 over 10. Grok noemt de site één keer. Gemini nog niet.
De spreiding is groot en het aantal pagina’s waaruit geput wordt verschilt sterk: Copilot citeert uit 23 verschillende pagina’s van dezelfde site, Google AI Overviews uit tien. Wie alleen in ChatGPT kijkt, ziet dus ruim een kwart van het beeld.
Er hoort een nuance bij. Deze klant had al stevige productpagina’s om mee te beginnen, dus voor een bedrijf zonder die basis is zes maanden krap en is negen tot twaalf maanden realistischer. Perplexity pikt nieuwe content binnen weken op, terwijl ChatGPT zonder browsing soms maanden achterloopt omdat het op getrainde data leunt.
Een werkbare GEO-stack hoeft niet duur te zijn. Dit is wat wij zelf gebruiken.
Voor monitoring op schaal bestaan gespecialiseerde tools zoals Profound, Otterly en Peec. Volg je minder dan vijftig vragen, dan is handmatig meten goedkoper en vaak nauwkeuriger. Wij zetten deze stack in als AI-marketingbureau voor klanten die het werk niet zelf willen doen.
In de praktijk overlappen de drie termen grotendeels. GEO legt de nadruk op de generatieve kant, dus op het antwoord dat een model zelf schrijft. AEO benadrukt de vraag-en-antwoordvorm en AIO wordt gebruikt als overkoepelende term. De regels erachter zijn vrijwel identiek, dus je keuze is eerder een marketingkeuze dan een technische.
Nee. GEO ligt over SEO heen. Klassieke ranking-signalen zoals backlinks, technische SEO en zoekwoorden op de pagina blijven gelden voor de organische resultaten van Google en werken indirect door in AI-citaties, want veel assistenten halen hun bronnen via Google op. Wegvallende SEO betekent in de praktijk dus ook wegvallende zichtbaarheid in AI-antwoorden.
Volume telt minder dan diepte. Diepte is trouwens niet hetzelfde als lengte: één artikel met een eigen cijfer, bronnen bij naam en schema eronder verslaat tien dunne posts. Begin met vijf tot tien stevige stukken rond één thema. Breid daarna uit waar je de eerste citaties ziet.
Met drie meetlatten naast elkaar. Handmatige controles in ChatGPT en Perplexity op de vragen die jouw doelgroep stelt. Verkeer uit AI-bronnen in GA4, herkenbaar aan verwijzers als perplexity.ai en openai.com. En de citatietelling per platform in Ahrefs, die laat zien uit hoeveel verschillende pagina’s een assistent put.
Ja, vaak zelfs harder dan klassieke SEO. Assistenten combineren de vraag van een gebruiker met lokale signalen, dus een bedrijf met inhoudelijke content en een duidelijke plaatskoppeling kan genoemd worden voordat zijn domeinautoriteit ooit een organische top tien had toegelaten. Voorwaarde blijft dat je iets te vertellen hebt dat elders niet staat.
GEO is geen kwartaalproject maar een schrijfdiscipline plus een meetritme. Wie consequent zijn antwoord bovenaan zet, feiten met bron noemt en buiten de eigen site vermeld wordt, bouwt in zes tot twaalf maanden een plek op die een concurrent met een groter budget niet zomaar inhaalt.
Wil je weten waar je nu staat? We meten je citaties per platform en zetten ze naast je organische posities, zodat je ziet welke pagina’s wel ranken maar niet geciteerd worden. Dat kan als losse meting. Wil je het structureel laten doen, dan valt het binnen SEO uitbesteden of binnen marketing uitbesteden.